x Rechtsherstel box 3
Incuria - Oprichten van LTD en BV - Ondernemingrecht - Merkrecht


Rechtsherstel box 3

Na het oordeel van de Hoge Raad in het Kerstarrest (HR 24 december 2021, nr. 21/01243, NTFR 2022/37) dat box 3 in strijd is met het EVRM, moet de staatssecretaris van Financiën de aanslagen op andere wijze vaststellen om rechtsherstel te bieden en de box 3-heffing aanpassen naar een heffing op basis van het werkelijke rendement.


Bezwaarmakers 2017-2020

De staatssecretaris kiest voor de zogenaamde forfaitaire spaarvariant (brief van 28 april 2022, nr. 2022-0000132649). Deze gaat niet meer uit van een veronderstelde vermogensmix, maar van de werkelijke samenstelling van het vermogen van de belastingplichtige op de peildatum van 1 januari van ieder jaar. De forfaitaire spaarvariant onderscheidt drie categorieën vermogensbestanddelen: spaargeld, schulden en beleggingen. Iedere categorie kent een eigen forfaitair rendement.


Forfaitaire spaarvariant

Het gemiddelde rendement op spaargeld daalt in de genoemde spaarvariant naar vrijwel nihil in de afgelopen jaren. Schulden kennen een gemiddelde rente die is afgeleid van hypotheekschulden. Voor beleggingen wordt het forfaitaire rendement gehanteerd dat nu nog geldt in rendementsklasse II. Het is de vraag of de rechter die keuze zal accepteren als behoorlijk rechtsherstel. De werkelijke rendementen van beleggingen in verschillende vermogensbestanddelen lopen zeer uiteen. De kans bestaat dat beleggers die mindere rendementen hebben behaald dan het forfaitaire rendement, hierdoor feitelijk geen rechtsherstel krijgen en zullen procederen. De staatssecretaris stelt een op een andere wijze vastgesteld forfaitair rendement voor. Dat is geen werkelijk rendement zoals vastgesteld door de Hoge Raad. Belastingplichtigen met matige rendementen kunnen in dat geval nog steeds een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. Indien dit verzoek wordt afgewezen kunnen zij tegen die afwijzing bezwaar maken en vervolgens beroep instellen bij de belastingrechter.


Niet-bezwaarmakers 2017-2020

De vraag of het rechtsherstel voor de bezwaarmakers ook moet worden geboden aan niet-bezwaarmakers langs de weg van een verzoek tot ambtshalve vermindering, is een politieke vraag. De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 (HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:720) geoordeeld dat het Kerstarrest een nieuw rechterlijk vonnis is waarmee geen rekening hoeft te worden gehouden bij belastingaanslagen over jaren die voordat het vonnis werd gewezen al onherroepelijk vaststonden (9.6 Wet IB 2001 jo. art. 45aa, onderdeel b, Uitv.reg. IB 2001). Hierdoor bestaat er geen juridische verplichting om rechtsherstel te bieden aan niet-bezwaarmakers. Voor jaren waarvan de belastingaanslagen op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden (2021 en 2022) moet wel rechtsherstel worden geboden. Ook heeft de staatssecretaris een discretionaire bevoegdheid om van art. 45aa, onderdeel b, Uitv.reg. IB 2001 af te wijken en compensatie te bieden aan de niet-bezwaarmakers. Hij zal hier naar verwachting met Prinsjesdag duidelijkheid over geven.


Jaren 2021 en daarna

Voor 2021-2022 zullen de aanslagen eveneens worden vastgesteld volgens de genoemde spaarvariant. Belastingplichtigen hoeven daarvoor geen bezwaar in te dienen. Voor 2023-2024 wordt zogenaamde overbruggingswetgeving vastgesteld volgens dezelfde spaarvariant. Vanaf 2025 wordt een nieuwe heffingssystematiek verwacht.

Vragen over LTD oprichten - Bellen van 9.00 tot 18.00 uur

Lees ook


Online Handelsregister

Zoek hier in het Engels handelsregister


SSL beveiligd bestellen

Uw online bestelling via een beveiligde verbinding


BTW-nummers checken

Verifiëer online de geldigheid van BTW-nummers


Rechtsvormen

Wat zijn rechtsvormen en rechtspersonen?