
De Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 kent in art. 15 e.v. een bijzondere regeling voor holdingstructuren, die verder wordt uitgewerkt in het Besluit Fiscale eenheid 2003. Indien tenminste 95% van het juridisch en economisch eigendom van de aandelen in een dochtermaatschappij in het bezit zijn van een moedermaatschappij, kan op verzoek en met instemming van de inspecteur de belasting worden geheven alsof er maar één belastingplichtige is. Er wordt aldus slechts één aanslag opgelegd, ten name van de moeder. De winst die door de dochter wordt behaald, wordt fiscaal aan de moeder toegerekend.

De fiscale eenheids-regeling kan voor de ondernemer verschillende voordelen hebben:
Er kunnen ook nadelen optreden:
De fiscale eenheid kan worden aangevraagd voor verschillende rechtsvormen zoals de BV en LTD, maar niet voor de open CV. Ook een in Nederland gevestigde vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap kan tot een Nederlandse fiscale eenheid worden gerekend.
Het aantal dochtervennootschappen dat deel uit kan maken van de fiscale eenheid is onbeperkt, mits telkens voldaan wordt aan het economische en juridische bezitsvereiste van 95%, en de overige eisen die worden gesteld aan het tijdvak van de belastinghefing, de keuze van de rechtsvorm, de vestigingsplaats en het verzoek om toepassing. Aan het verzoek om toepassing van de fiscale eenheid kan maximaal 3 maanden terugwerkende kracht worden verleend.
Lees ook
Uw online bestelling via een beveiligde verbinding
Ontvang uw gegevens per sms
Kies optimaal rendement en fiscaal voordeel met een holdingstructuur
Uw rechtsvorm zelf oprichten binnen 10 minuten