
De ondernemer die zijn onderneming drijft in de vorm van een eenmanszaak of Vennootschap onder Firma, kan op enig moment besluiten de eenmanszaak of zijn (aandeel in de) VOF in te brengen in een BV of LTD.

Hiervoor kunnen allerlei motieven bestaan:
Op welk moment de ondernemer deze keuze dient te maken is afhankelijk van allerlei factoren, zoals de aanwezige reserves, verwachtingen van de toekomst, de persoonlijke situatie van de ondernemer, en wordt uiteindelijk bepaald door zowel fiscale als niet-fiscale overwegingen.
De inbreng is een vervreemding waarover de ondernemer in beginsel dient af te rekenen. De ondernemer kān echter kiezen een verzoek in te dienen voor de toepassing van art. 3.65 Wet IB 2001. De onderneming wordt in dat geval geacht niet te zijn gestaakt en er vindt geen fiscale afrekening plaats in de sfeer van de inkomstenbelasting over de in de onderneming aanwezige stille en fiscale reserves en niet-geactiveerde goodwill, maar een geruisloze overgang. De op de reserves en goodwill rustende fiscale claim wordt vervangen door een Vpb-claim ten laste van de BV of LTD die te zijner tijd wordt betrokken in de heffing van de vennootschapsbelasting, en een aanmerkelijkbelangclaim op de aandelen. De fiscale boekwaarde van de eenmanszaak of VOF wordt overgenomen in de openingsbalans van de BV of LTD. Als tegenprestatie voor de inbreng ontvangt de ondernemer aandelen in de BV of LTD. Aan de intentieverklaring tot oprichting van de vennootschap kan tot 9 maanden terugwerkende kracht worden verleend, om ervoor te zorgen dat het boekjaar kan aanvangen op 1 januari.
Lees ook
Fiscale voordelen behalen met een eigen pensioen BV of LTD
Holdinglocaties in de EU voor internationale tax planning