Juridische Splitsing

Juridische splitsing is opgenomen in art. 2:334a BW en heeft betrekking op de rechtshandeling waarbij het vermogen of een deel daarvan van een rechtspersoon onder algemene titel wordt verkregen door een of meer andere rechtspersonen. De wet onderscheidt zuivere splitsing waarbij de splitsende rechtspersoon ophoudt te bestaan en tenminste twee rechtspersonen het vermogen verkrijgen, en de afsplitsing, waarbij de splitsende rechtspersoon niet ophoudt te bestaan. Bijvoorbeeld kan sprake zijn van een afsplitsing naar een nieuw opgerichte dochtervennootschap, de zogenaamde concernsplitsing:



De rechtsfiguur onderscheidt zich van de bedrijfsfusie omdat de vermogensbestanddelen overgaan onder algemene titel. Niet alleen de rechten maar ook de aan de vermogensbestanddelen verbonden verplichtingen gaan over. De aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon worden van rechtswege aandeelhouder in de verkrijgende rechtspersoon.


Zonder fiscale afrekening

Op grond van art. 14a Wet Vpb 1969 dient de splitsende rechtspersoon bij afsplitsing af te rekenen over de stille en fiscale reserves en goodwill die besloten liggen in de over te dragen vermogensbestanddelen. In dit kader spreekt men van een ruisende splitsing. Om de economisch wenselijk geachte splitsing niet te belemmeren kan de ondernemer verzoeken om de (af)splitsing fiscaal geruisloos, dat wil zeggen zonder fiscale afrekening, te doen plaatsvinden. Onder voorwaarden ziet de fiscus af van belastingheffing bij de splitsende rechtspersoon waarbij de latente fiscale claim wordt doorgeschoven naar de verkrijgende rechtspersoon.

 

Vragen over LTD oprichten - Bellen van 9.00 tot 18.00 uur

Lees ook


Aandelen aan Toonder

Unieke mogelijkheid in Holding NV pakket


Internationale zaken
Internationaal zaken doen en taxplanning

Vestiging in Ierland

Low-tax jurisdictie binnen de EU


Online registratie

Ontvang uw gegevens per sms